Er zitten geen cellen van menselijke foetussen in vaccins

Om bepaalde vaccins te maken, heb je virussen nodig. Sommige virussen groeien enkel goed op menselijke cellen. In de jaren 60 ontwikkelden wetenschappers daarom cellijn MRC-5. Daarvoor gebruikten ze cellen van een foetus die na een legale zwangerschapsonderbreking aan de wetenschap werd gegeven. Sommige mensen denken daarom dat er cellen van foetussen in vaccins zitten. Klopt dat?

1 december 2020

gezondheidenwetenschap gezondheid covid19

Wat weten we hierover?
Levende vaccins

De meeste basisvaccins die lang geleden werden ontwikkeld, bevatten levend afgezwakte kiemen of delen van ziekmakende virussen of bacteriën. Het mazelen-bof-rubella-vaccin is daar een voorbeeld van. Wetenschappers kiezen voor levend afgezwakt kiemen of delen van deze micro-organismen, omdat ons afweersysteem bij vaccinatie daar het sterkst op reageert. Er worden dan zowel specifieke antistoffen aangemaakt als geheugencellen van het afweersysteem. Zo’n immuunrespons is zeer vergelijkbaar met de reactie tijdens een infectie met de kiem zelf.

Kweek op celcultuur

Om bepaalde vaccins te produceren, zijn afgezwakte, voor de gezondheid onschadelijke virussen nodig die worden gekweekt op een cultuur van cellen. Op zichzelf kunnen virussen immers niet groeien. Daarvoor hebben ze een levende gast-cel nodig: een cultuur van dierlijke of menselijke cellen. Sommige virussen, zoals onder andere het windpokkenvirus (varicella), groeien enkel goed op menselijke cellen. Na een eenmalige afname worden die menselijke of dierlijke cellen behandeld, zodat ze in een laboratorium gekweekt en bewaard kunnen worden. Voor elke productie van virussen worden de cellen opgekweekt vertrekkende van die stock. Daarna worden de virussen intensief gezuiverd uit de kweek, waarbij het celmateriaal verwijderd wordt. Zo blijven er zo goed als geen resten van de menselijke of dierlijke cellen aanwezig in het vaccin.

MRC-5

De bron van een bepaalde cellijn wordt weergegeven met een letter- en cijfercode. Zo is MRC-5 een cellijn die haar oorsprong vindt in longweefsel van een foetus. In 1966 werd die foetus na een legale zwangerschapsonderbreking door de ouders ter beschikking gesteld van de wetenschap. Initieel werden deze cellijnen ontwikkeld voor wetenschappelijk onderzoek. Pas later werden ze gebruikt voor de productie van vaccins. Naast MRC-5 wordt er een tweede vergelijkbare foetale cellijn gebruikt: WI-38. Levend afgezwakt virussen die op deze celculturen worden geproduceerd, vind je meestal terug in traditionele virus-vaccins.

MRC-5 wordt gebruikt voor de productie van hepatitis A, windpokken (varicella) en hondsdolheid (rabiës). Afhankelijk van de producent wordt ook de rubella-component van het mazelen-bof-rubellavaccin geproduceerd op MRC-5 of WI-38. Recentere vaccins worden tegenwoordig anders ontwikkeld, dankzij verbeterde biotechnologische kennis.

Hoe moet je dit nieuws interpreteren?
Minuscule restfragmenten

Sommige virussen die afgezwakt terug te vinden zijn in vaccins, zoals tegen hepatitis A, windpokken, hondsdolheid en rodehond, worden gekweekt op MRC-5 of WI-38. Dat zijn menselijke cellijnen die in de jaren 60 ontwikkeld werden voor wetenschappelijk onderzoek vertrekkend van foetale cellen. Ondanks intensieve zuiveringsstappen bij de productie van het virus is het nog steeds mogelijk dat er minuscule hoeveelheden (nanogram = miljardste van een gram) aan restfragmenten van DNA (van de cellijn) aanwezig zijn in het vaccin.

Veiligheid garanderen

Het gebruik van deze cellijn en de impact van mogelijke restfragmenten op de veiligheid van het vaccin werd al zeer uitvoerig bestudeerd. Bovendien wordt de productie van vaccins reeds jaren volgens gestandaardiseerde procedures uitgevoerd. Elke verandering in dat proces moet aan de regelgevende autoriteiten gerapporteerd worden, om de samenstelling en vooral de afwezigheid van onzuiverheden te garanderen. Deze vaccins worden ook al meer dan 40 jaar gebruikt: miljoenen dosissen werden toegediend zonder noemenswaardige veiligheidsproblemen.

Vaccins die recent werden ontwikkeld en geen gebruik maken van afgezwakte virussen, worden niet meer op menselijke of dierlijke cellen geproduceerd, maar op (semi)synthetische culturen, gist en insectencellen.

Het mazelen-bof-rubella-vaccin beschermt kinderen en volwassenen niet alleen zelf tegen potentieel gevaarlijke infecties, maar beschermt ook zwangere vrouwen tegen rodehond (rubella) tijdens de zwangerschap. Die infectie kan leiden tot het congenitaal rubellasyndroom, dat een miskraam en/of een reeks aangeboren afwijkingen kan veroorzaken.

Vaccins niet zondig

Pro-life-bewegingen reageren heftig op het feit dat er weefsel van foetussen gebruikt worden bij vaccins. Ze hebben het dan vooral over sommige van de coronavaccins. Het Vaticaan boog zich over deze ethische kwestie en liet weten dat het vaccin niet zondig is. Ze roepen iedereen op om zich te laten vaccineren om zichzelf en anderen te beschermen tegen covid-19. Lees er hier meer over.

Conclusie

Al sinds de jaren 60 van de vorige eeuw wordt cellijn MRC-5 gebruikt om bepaalde vaccins te maken. Bij de ontwikkeling van die cellijn maakten ze gebruik van cellen van longweefsel van een foetus. Die cellen werden in het labo vermenigvuldigd. Door intensieve zuiveringsstappen zitten in de uiteindelijke vaccins weinig of geen resten van de cellijn. De vaccins worden al meer dan 40 jaar op deze wijze gemaakt en toegediend zonder noemenswaardige veiligheidsproblemen.

Geraadpleegde Bronnen

Marleen Finoulst

 
Lees ook...
nov 2021

Geen bewijs dat coronavaccins kanker veroorzaken of verergeren

mrt 2023

Geen bewijs dat laboratoriumvlees kanker zou veroorzaken

jun 2021

Coronavaccins zijn wél efficiënt. (Laat je niet in de war brengen door begrippen als “number needed to vaccinate”)

aug 2021

De coronavaccins veroorzaken geen HIV en het coronavirus is waarschijnlijk natuurlijk ontstaan