Geen tijd om te lezen?
Dit zijn onze conclusies!


  • De NNV is niet geschikt om tussen verschillende studies te vergelijken en is niet de beste parameter om de effectiviteit van vaccins aan te tonen.
  • De NNV in de echte wereld ligt lager, en dus gunstiger, dan die in studies doordat de duur van opvolging in studies beperkt is.
  • Er zijn genoeg redenen om te denken dat de vaccins langer werken dan de opvolgduur in de studies.
  • Gevaccineerde mensen worden minder besmet, besmetten zelf minder en dragen bij aan de groepsimmuniteit. Daardoor voorkomen vaccins nog meer besmettingen dan op het eerste gezicht zichtbaar.

Wat is het Number Needed to Vaccinate?

Het concept van number needed to vaccinate is al langer gekend in de epidemiologie. Dit getal berekent men op basis van het verschil in aantal mensen dat een ziekte krijgt na vaccinatie vergeleken met na toediening van een werkzame stof. Een voorbeeld: in een studie vindt men dat 10% van de proefpersonen die een placebo kregen later besmet wordt. In de vaccinatiegroep is dit 5%. In dit hypothetisch voorbeeld heb je een relatieve risicoreductie (RRR) van 50% (10%-5%/10%), een absolute risicoreductie (ARR) van 5% (10%-5%) en een NNV van 20 (1/ARR).

We kunnen deze theorie toepassen op de studie waardoor het vaccin van Pfizer is goedgekeurd. Daar zag men dat 0,037% van de gevaccineerde mensen COVID-19 opliepen in de periode vanaf 7 dagen na de tweede injectie tot bijna drie maanden later. In de placebogroep was dit 0,75%. Dit geeft een RRR van om en bij de 95% en een ARR van 0,713%. Omgerekend is dit een NNV van 133. Je zou dus 133 mensen moeten vaccineren om op een periode van 3 maand één infectie te voorkomen.

Dit cijfer verschilt al sterk van het cijfer dat we in het stuk van Brokken lezen. De studie waar hij zich op baseert berekende de NNV vanuit een groot onderzoek dat keek naar de resultaten van de brede vaccinatiecampagne met het Pfizervaccin in Israël. Daar wordt inderdaad een NNV van 217 berekend, een getal dat al meer aansluit bij dat van Brokken.

De onderzoekers in die studie schrijven wel dat de NNV zich niet makkelijk laat vergelijken tussen verschillende studies. Dit komt onder andere door verschillen in de methode waarmee de studies zijn uitgevoerd. De NNV hangt ook heel erg af van hoeveel virus er circuleert in de populatie waarin men het vaccin onderzoekt.

Een hypothetisch voorbeeld om dat laatste punt te illustreren: twee studies in twee verschillende landen onderzoeken hetzelfde vaccin. In het ene land zijn de besmettingscijfers heel hoog, in het andere land zijn die een pak lager. In de ene studie raakt 50% van de placebogroep besmet en slechts 2,5% van de gevaccineerde groep. In de andere studie raakt 5% van de placebogroep besmet en 0,25% van de gevaccineerde groep.

In dit hypothetisch voorbeeld kunnen we ook de RRR, ARR en NNV berekenen. De RRR is in beide studies 95%, het gaat immers over hetzelfde vaccin. De ARR verschilt echter sterk. In de ene studie is die 47,5% met een NNV van net iets meer dan 2, in de andere studie is die 4,75%, met een NNV van iets meer dan 20.

Het is dus duidelijk dat de NNV niet de ideale parameter is om de effectiviteit van vaccins mee te beoordelen. Er is nog meer mis met de NNV: het gaat immers om het aantal mensen dat je moet vaccineren om gedurende de duur van de studie één besmetting te voorkomen. De originele studie van Pfizer gaf, zoals eerder berekend, een NNV van 133 over een periode van bijna 3 maand beginnende vanaf twee weken na de tweede vaccinatie. De Israëlische studie vond een NNV van 217. Een belangrijk verschil: zij bekeken slechts een periode van 42 dagen beginnende direct na de vaccinatie. Het verschil in methodologie en de verschillende duur van opvolging beïnvloedt de NNV dus heel sterk.

Brokken maakt in het artikel ook de vergelijking met het griepvaccin, waarvoor er een NNV van 71 geldt volgens een onderzoek dat de resultaten van verschillende studies bundelt. Ook hier geldt weer de bedenking dat de meeste studies hier zes maanden of langer liepen. Als die studies minder lang liepen had men allicht een lagere ARR gevonden met dus een hogere NNV. Deze vergelijking maken is bijgevolg zinloos.

Langdurige bescherming

Volgens nieuwe gegevens van Pfizer houdt de bescherming van hun vaccin tegen het coronavirus minstens 6 maand aan. Ze rapporteren een RRR van iets meer dan 90% voor besmetting over die periode. De relatieve risicoreductie voor ernstige ziekte is, afhankelijk van de definitie van “ernstige ziekte”, 95% of 100%. Alle cijfers nodig om de ARR en NNV precies te berekenen zijn nog niet vrijgegeven. We kunnen op basis van de cijfers die we wél hebben met vrij grote zekerheid schatten dat de NNV onder de 40 ligt*.

Zowel de hier eerder aangehaalde studie van Pfizer als de studie naar de effectiviteit van het vaccin in Israël kijkt naar een periode van 3 maand. Intussen is bekend dat onder andere de vaccins van Pfizer en Moderna langdurigere immuniteit geven. De NNV om over een periode van pakweg zes maand of een jaar COVID-19 te voorkomen ligt dus sowieso een pak lager.

Minder viruscirculatie

We weten op basis van een britse studie intussen ook dat vaccinaties de kans op het besmetten van anderen sterk afneemt. De vaccinaties kunnen de mate van viruscirculatie in de maatschappij verminderen en dragen bij tot het opbouwen van groepsimmuniteit. Het virus zal bij een hoge vaccinatiegraad moeilijker een gastheer vinden omdat het op steeds meer immune mensen botst.

De vaccins voorkomen op den duur besmettingen bij wie gevaccineerd is, maar ook bij wie niet gevaccineerd is. De NNV zou daardoor nog lager kunnen uitvallen dan men in studies vindt. Het effectieve aantal mensen dat gevaccineerd moet worden om één besmetting te voorkomen is wellicht onmogelijk te berekenen, doordat zo veel factoren hierin meespelen.

De claim van Sam Brokken klopt in principe wel. De Israëlische studie toonde inderdaad dat in die epidemiologische situatie men ongeveer 217 mensen moest vaccineren om één besmetting te voorkomen over een periode van 42 dagen. Zoals eerder geïllustreerd is de NNV is een berekende waarde die op zichzelf weinig zegt over de werkzaamheid van vaccins. Het is interessanter om aan de hand van de relatieve risicoreductie op besmetting, ernstige ziekte en overlijden de effectiviteit van de vaccins te beoordelen.

Uit studies blijkt dat de relatieve risicoreductie op symptomatische besmetting boven de 90% ligt voor het vaccin van Pfizer en Moderna. Voor AstraZeneca en Johnson&Johnson ligt de RRR rond de 70%. De RRR voor ernstige infectie en overlijden ligt minstens even hoog, wellicht hoger**. Data uit Israël toont ook aan dat het aandeel ouderen, die eerst gevaccineerd werden, die beademd moesten worden ten gevolge van COVID-19 sterk daalde na de start van de vaccinatiecampagne.

Door cherrypicking, het selecteren van studies die een reeds vooraf gevormde mening ondersteunen, kan men op basis van de NNV de vaccins in een heel positief of, zoals hier gebeurde, negatief daglicht stellen. Zoals eerder al aangehaald zegt dit dus weinig over de vaccins zelf en getuigt het eerder van een beperkte wetenschappelijke integriteit of een beperkt begrip van de epidemiologie.

------------

*46.000 mensen in 6m follow up, gesteld dat de placebo- en de vaccingroep even groot zijn (was in originele studie zo). 77 besmettingen vanaf 7d na 2e dosis in vaccingroep, 850 in placebogroep. NNV= 1/(850/23000 – 77/23000) = 30

** https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2101544 voor J&J vaccin (67% RRR voor ziekte, 85% RRR voor ernstige ziekte, geen statistisch significant verschil op het eerste gezicht). Voor AZ is RRR voor ernstige ziekte moeilijk te berekenen owv weinig ernstige ziekte in controlegroep (10 hospitalisaties, 2 ernstig, 1 overlijden in controlegroep, geen in vaccingroep). Idem voor Moderna (30 ernstige in controlegroep, 0 in vaccingroep). Voor Pfizer/BioNTech 95-100% RRR ernstige ziekte afh v definitie itt 90% RRR voor ziekte, obv press release.

 
Lees ook...