Is er nog plaats voor anti-alzheimermiddelen?

Frankrijk heeft beslist om vanaf 1 augustus 2018 anti-alzheimergeneesmiddelen niet langer terug te betalen. Er zouden meer risico’s dan voordelen zijn. Hoe zit dat juist?

10 september 2018

gezondheidenwetenschap gezondheid covid19

Waar komt dit nieuws vandaan?

In Frankrijk worden de geneesmiddelen op basis van de cholinesterase-inhibitoren donepezil, galantamine en rivastigmine en die op basis van memantine sinds 1 augustus 2018 niet meer terugbetaald. Deze geneesmiddelen worden gebruikt bij de ziekte van Alzheimer, een vorm van dementie. Deze maatregel is een rechtstreeks gevolg van een publicatie van de Haute Autorité de Santé (HAS), de Franse tegenhanger van de Hoge Gezondheidsraad (HGR), die wetenschappelijke adviezen uitbrengt voor beleidsmakers en gezondheidswerkers met het oog op de bescherming en verbetering van de volksgezondheid. De HAS concludeerde in haar rapport dat de bescheiden effecten van de medicamenten niet opwegen tegen de vaak voorkomende ongewenste effecten (1).

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

In België worden de geneesmiddelen op basis van de cholinesterase-inhibitoren en van memantine onder bepaalde voorwaarden terugbetaald. Reeds jaren kent het BCFI (Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie) in zijn publicaties een zeer beperkte plaats toe aan de anti-alzheimermiddelen.

Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat deze middelen slechts een beperkte, tijdelijke winst hebben op de cognitieve functies bij een minderheid van de patiënten. Cognitieve functies zijn hersenfuncties die zorgen dat we informatie kunnen opnemen en verwerken. Aandacht, onthouden, plannen, redeneren en beslissen zijn hier voorbeelden van. Dat zijn belangrijke vermogens die ervoor zorgen wat we zelfstandig kunnen functioneren.

Welke patiënten op die medicatie zullen reageren, is echter onvoorspelbaar. Het is belangrijk om de beperkte winst van deze middelen steeds af te wegen tegen de mogelijk ernstige ongewenste effecten ervan. Veelvoorkomende klachten zijn misselijkheid, buikpijn en diarree. Bij de beslissing om de medicatie te starten, is het uitermate belangrijk de patiënt correct te informeren en nauw op te volgen.

Hoewel de medicatie het functioneren van de patiënt kan verbeteren, is het niet duidelijk in welke mate de anti-alzheimermiddelen ook daadwerkelijk bijdragen aan een verbetering van de levenskwaliteit van de patiënt en diens omgeving. Bovendien is niet overtuigend aangetoond dat deze geneesmiddelen de nood voor opname in een gespecialiseerde instelling kunnen uitstellen.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht de werkzaamheid van de behandelingen met en zonder medicatie bij de ziekte van Alzheimer, en stelde vast dat de professionele en langdurige ondersteuning van de mantelzorger van de patiënt de enige interventie is die een opname in een tehuis kan uitstellen. Het potentiële effect van deze interventie blijkt groter te zijn dan wat men met de huidige geneesmiddelen kan bereiken.

Dementie is een complexe aandoening. In de totaalaanpak ervan spelen geneesmiddelen slechts een verwaarloosbare rol. Het expertisecentrum dementie Vlaanderen en de Alzheimerliga komen tegemoet aan de noden van personen met dementie en hun omgeving. 

Conclusie

Er is een kleine minderheid van patiënten die mogelijk enige baat heeft bij een behandeling met anti-alzheimergeneesmiddelen. We moeten vooral leren omgaan met de onmacht dat patiënten met deze ernstige aandoening momenteel niet met geneesmiddelen kunnen worden geholpen. Men kan de evolutie van de ziekte niet stoppen. 

Geraadpleegde Bronnen

Sanne Boonen

 
Lees ook...
mrt 2020

Valse remedies en hulpmiddelen tegen coronavirus COVID-19

mrt 2021

Wat we weten over AstraZeneca-vaccin en bloedklonters

sep 2022

Boosters getest op mensen

okt 2022

Britse vaccinatiecampagne voor vijf- tot elfjarigen verloopt zoals gepland