Geen tijd om te lezen?
Dit zijn onze conclusies!

Volgens Bart De Wever is het verschil tussen werken en niet werken nergens zo klein als in België. Dat fenomeen staat bekend als de werkloosheidsval.

België staat in Europa bij de top, maar in Litouwen is het verschil nog kleiner. De cijfers houden enkel rekening met alleenstaanden die aan een laag loon gaan werken.

De werkloosheidsval zegt op zich niets over de bredere economische situatie. Zo heeft Griekenland de laagste werkloosheidsval, maar een hoge werkloosheid.


Op vier juni beweerde Bart De Wever in Het Grote Debat (minuut 11:50) op VTM dat "Eurostat, een objectief cijfer, zegt dat nergens het verschil tussen werken en niet werken kleiner is dan hier in België, en het is steeds kleiner geworden”. Met die uitspraak doelt De Wever op het feit dat werken meer moet lonen.

Via Whatsapp stuurt Philippe Kerckaert, de woordvoerder van De Wever, als bron een grafiek van het Europees statistiekbureau Eurostat, met de klinkende titel: “Taxe rate on low wage earners - Unemployment Trap”. Die grafiek richt zich op de zogenaamde werkloosheidsval.

Werkloosheidsval

Aan Factcheck.Vlaanderen laat Eurostat weten dat “de werkloosheidsval een economische maatstaf is. Die geeft aan hoeveel van het extra inkomen iemand verliest, wanneer die persoon vanuit werkloosheid weer gaat werken.”

Eurostat meet de werloosheidsval in procenten, waarbij het Europees gemiddelde 74,4% bedraagt: “Van elke euro die je extra verdient door te werken, gaat er dus 74,4 cent verloren aan belastingen, sociale bijdragen en het verlies van uitkeringen.”

Litouwen staat boven België

Met 94,4% scoort België ongetwijfeld aan de top van het Eurostat-ranglijstje van de werkloosheidsval. Voor elke euro die je meer zou verdienen door te werken bij een laag maandloon, hou je in België dus 6 cent over. De rest verdwijnt omdat je dan belastingen betaalt en je werkloosheidsvoordelen wegvallen.

Sinds 2019 nam de werkloosheidsval in België terug toe. Al was de werkloosheidsval in 2013 met 98,1% nog hoger dan nu het geval is.

Ook verschillende media, zoals Het Laatste Nieuws en Business AM, berichtten in april dat nergens in Europa de werkloosheidsval zo groot was als hier. Daarbij verwezen ze expliciet naar diezelfde grafiek van Eurostat.

Maar dat klopt niet: in Litouwen is de werkloosheidsval sinds 2021 hoger. Volgens Eurostat kwam dit in Litouwen neer op 102,8%. Dat is 7,6 procentpunt meer dan België. Zo valt te zien op onderstaande grafiek. België staat op plek twee, Luxemburg vervolledigt de top drie. In 2021 bedroeg de kloof met Litouwen zelfs rond de 15 procentpunt.

Rangschikking van de werkloosheidsval per land voor 2023. Bron: Eurostat.

Cijfers gaan enkel over één gezinssituatie

Ook in Litouwen manen economen aan om werken aantrekkelijker te maken. Want door een werkloosheidsval van boven 100% verlies je zelfs aan inkomen als je een job aanneemt. Betekent dit dat de gemiddelde Litouwer beter aan de dop zou blijven en dat enkel de Litouwse zotten nog werken?

“Dat kun je er niet uit afleiden. De Eurostat-grafiek is enkel geldig voor alleenstaanden in het begin van de werkloosheid met alle voordelen en voor iemand die echt een heel laag loon verdient”, zegt Ive Marx, professor socio-economisch beleid aan de UAntwerpen.

Ook Eurostat preciseert aan Factcheck.Vlaanderen dat “deze indicator enkel beschikbaar is voor alleenstaanden zonder kinderen, die 67% van het gemiddelde loon verdienen.” In 2021 was het mediaan bruto inkomen voor alleenstaanden in België 3507 euro. En 67% daarvan komt neer op 2350 euro.

Volgens Marx moet je ook andere situaties en gevallen in acht nemen. Samen met andere onderzoekers van de UAntwerpen publiceerde hij begin dit jaar een studie over de Belgische werkloosheidsval. Zo zouden vooral een tweeverdienerskoppel met kinderen er fors op vooruit gaan. Daar bedraagt het verschil in inkomen tussen werken en niet werken 1174 euro. Eind mei verscheen er op de VRT NWS al een duidingsartikel met de bevindingen uit de studie.

Lage werkloosheidsval niet altijd te benijden

In de Eurostat-grafiek over de werkloosheidsval scoort Griekenland opvallend laag met 42,6%. Toch zijn de Grieken daarom nog niet te benijden, zegt Iris Kesternich, hoofd van de onderzoeksgroep Arbeidseconomie aan de KU Leuven. “In Griekenland bestaan er amper bijstandsuitkeringen of sociale bescherming. Het is dus niet verwonderlijk dat het verschil met hun werkende landgenoten véél groter is dan in België, waar de sociale bescherming sterker staat”, legt zij uit.

Kesternich wijst verder op het feit dat die lage werkloosheidsval ook geen garantie biedt voor een lage werkloosheid: “In Griekenland blijft de werkloosheid stukken hoger dan in België. Die werkloosheidsval is dus slechts een deelaspect. Je moet vooral naar het bredere plaatje kijken: hoe sterk is de economische groei? En geraken de openstaande vacatures ingevuld door de geschikte profielen? Dat blijven de meest pertinente vragen.”

Conclusie

Het verschil tussen werken en niet werken is in Europees perspectief klein in België. Koploper is ons land niet, want in Litouwen ligt de werkloosheidsval nog hoger. Eurostat gebruikt enkel cijfers voor alleenstaanden die aan een laag loon werken. Ook is de werkloosheidsval geen goede afspiegeling van de werkloosheidscijfers of de algemene economische situatie.

 

Deze factcheck kwam tot stand in het kader van de factcheckmarathon van de Lage Landen. Partners zijn: factcheck.vlaanderen, VRT NWS, Knack, RTBF, KRO-NCRV Pointer, Het Algemeen Dagblad en deCheckers.