De beelden van een brandende Notre-Dame in Parijs gingen de wereld rond op maandagavond 15 april. Rond 7 uur ‘s avonds ontstond brand onder het dak van de kathedraal. Uiteindelijk zouden het dakgebinte en de 19de-eeuwse torenspits in vlammen opgaan. Het interieur van de kathedraal bleef grotendeels gespaard en ook heel wat kunstwerken en relikwieën konden gered worden. Toch zal er een hoop restauratiewerk nodig zijn om het gebouw in zijn oude glorie te herstellen. Op sociale media wordt druk gediscussieerd over wie de last van de restauratie zal dragen. Volgens sommigen is de Katholieke Kerk, en dus het Vaticaan, verantwoordelijk voor de heropbouw van de kerk. Anderen wijzen naar het aartsbisdom van Parijs of naar de Franse Staat. Alles hangt af van wie de eigenaar is van het monumentale gebouw.

De Notre-Dame de Paris kathedraal werd gebouwd tussen 1160 en 1345. Tegen de 19de-eeuw was ze in verval en werd ze grondig gerestaureerd. In 1905 werd de kathedraal de eigendom van de Franse Staat, maar bleef wel in exclusief gebruik van de Katholieke Kerk. Het gebouw wordt daarom kosteloos verhuurd aan het aartsbisdom van Parijs. De Franse overheid, meer bepaald het Ministerie van Cultuur, blijft wel verantwoordelijk voor het beheer van het gebouw, waaronder dus reparaties en renovaties. Tot 2016 waren zij ook de enige financiële verantwoordelijken voor dat onderhoud. In dat jaar werd door de Aartsbisschop van Parijs de vereniging Friends of the Notre-Dame de Paris opgericht, om via internationale donaties een deel van de financiële last over te nemen.

In principe is het dus de Franse overheid die opdraait voor de kosten, maar het is niet zeker of ze die kosten alleen zal moeten dragen. Het onderzoek naar de oorzaak van de brand zal moeten uitwijzen of de renovaties die op dat moment aan de gang waren er iets mee te maken hadden. Als dat het geval is, zal er waarschijnlijk een proces komen en zal ook de verzekering van het bedrijf misschien tussenbeide komen. Daarnaast is er al een donatiecampagne opgezet voor de heropbouw. Ook enkele Franse miljardairs hebben al miljoenendonaties beloofd zodat de Notre-Dame hersteld kan worden. De kans is dus klein dat de Franse overheid de hele rekening gepresenteerd zal krijgen.

Hoe zit het met de Belgische kerken en kathedralen? Daarvoor moeten we even terug in de tijd, naar de Franse Tijd (1794-1815). Toen werden alle kerken genationaliseerd en kwamen ze dus in handen van de overheid. In 1801 kwam Napoleon met Paus Pius VII overeen dat de kerken ter beschikking zouden blijven van de bisschoppen. Daarom zijn kerken die gebouwd werden voor 1801 dus eigendom van de gemeente, maar worden ze beheerd door de kerkfabriek. Kerken die na 1801 gebouwd werden zijn eigendom van de gemeente of de kerkfabriek, afhankelijk van wie de kerk liet bouwen. Een paar kerken zijn in privébezit, meestal een vzw of een kloosterorde.

Rond 1801 werden de kathedralen eigendom van de provincies, maar ook daar zijn uitzonderingen mogelijk, zoals de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen. De kathedraal is eigendom van de provincie, behalve de noordelijke toren. Die is eigendom van de Stad Antwerpen.

 
 

REACTIES

Roland VW
26 april 2019

Waarom moet de Staat in tijden van budgettaire saneringen eigenaar blijven van kerken ? Is Rome, of de plaatselijke nomenclatura niet rijk genoeg om dat patrimonium terug te kopen. Het is daar al goud wat blinkt en de hofhouding is evenmin niet mis. Scheiding van kerk en staat vereist dat ook de believers in een opperwezen onroerende voorheffing mogen ophoesten. In plaats van te kosten, zal die hoop bakstenen wat opbrengen. Logisch toch ?

© FACTCHECK.VLAANDEREN