Dit artikel werd geschreven door

 

Waar komt dit nieuws vandaan?
Viraal vectorvaccin

Het coronavaccin van AstraZeneca is, net zoals dat van Johnson & Johnson, een viraal vectorvaccin:

  • Het maakt gebruik van een onschadelijk verkoudheidsvirus, dat zo werd gemanipuleerd dat het zich niet meer kan vermenigvuldigen in je lichaam.
  • Met dat virus als transportmiddel (vector) wordt een stukje DNA met de code van het spike-eiwit in je cellen gebracht, ter hoogte van de injectieplaats.
  • Daar wordt het omgezet in mRNA, wat vervolgens wordt omgezet in spike-eiwitten.
  • Die spike-eiwitten zijn de bouwstenen waartegen je afweersysteem reageert, met antistoffen tegen het coronavirus.
Veiligheid en werkzaamheid

Het AstraZeneca-vaccin is veilig en biedt een goede bescherming. Van dit coronavaccin heb je ook twee spuitjes nodig:

  • Drie weken na de eerste dosis ben je reeds voor 76% beschermd tegen covid-19.
  • De tweede dosis verhoogt de bescherming tot 82%.
    • Deze dosis wordt 8 weken na de eerste dosis toegediend.
    • Als je bent uitgenodigd voor 13 mei, zitten er nog 12 weken tussen de eerste en de tweede prik.

Het vaccin heeft dus een werkzaamheid van 82%. Tegen een ernstige vorm van covid-19, met een ziekenhuisopname, beschermt het zelfs bijna 100%.

  • Je hebt dus nog een kleine kans om covid-19 te krijgen als je met dit vaccin ingeënt wordt, maar dan enkel een milde vorm.
  • Uit de studies van AstraZeneca blijkt dat, vanaf 15 dagen na de toediening van de tweede dosis, geen enkele deelnemer opgenomen moest worden in het ziekenhuis voor covid-19 (1).
Nevenwerkingen

Net zoals andere coronavaccins, bijv. de mRNA-vaccins van Pfizer en Moderna, kan het vaccin van AstraZeneca vervelende nevenwerkingen veroorzaken. Die bijwerkingen kunnen hevig zijn, maar zijn nooit gevaarlijk en steeds van voorbijgaande aard (2).

De mRNA-vaccins veroorzaken wat vaker vermoeidheid, koorts en misselijkheid als mogelijke nevenwerking. Het AstraZeneca-vaccin geeft dan weer vaker aanleiding tot een grieperig gevoel en rillerigheid. Wie last heeft van de prik, heeft dat doorgaans een tot twee dagen (uitzonderlijk langer). Daarna verdwijnen de klachten plots. Als je klachten hebt, kan je een pijnstiller (paracetamol) innemen.

Dit zijn de mogelijke nevenwerkingen van het AstraZeneca-vaccin:

  • Minder frequente nevenwerkingen (bij ongeveer 1 op de 10):
  • Eerder zeldzame nevenwerkingen (bij 1 op de 100):

Er zijn minder nevenwerkingen na de tweede dosis in vergelijking met de eerste prik. 

Bloedklonters en bloedstollingsstoornissen

Helaas bleef het voor sommige gevaccineerde personen niet bij de hierboven beschreven onschuldige bijwerkingen.

  • Er werden ook gevallen van bloedklonters (tromboses) gerapporteerd na de toediening van het AstraZeneca-vaccin (2).
    • Meestal zit zo’n klonter in een ader van de kuit, maar het kan ook elders voorkomen.
  • Het AstraZeneca-vaccin werd ook gelinkt aan enkele zeer zeldzame bloedstollingsstoornissen:

Hieronder lichten we de impact toe van deze zeldzame, maar ernstige nevenwerkingen op het beleid rond het AstraZeneca-vaccin

In de infographic onderaan dit artikel zie je alle beslissingen omtrent de AstraZeneca-vaccinatie in chronologische volgorde.

Wat weten we momenteel?
Geen toename van ‘gewone’ bloedklonters (tromboses) na vaccinatie

Bloedklonters in het gewone leven

In de globale bevolking krijgen gemiddeld 1,3 op 1.000 personen per jaar een trombose, meestal in de kuit. De kans neemt toe met de leeftijd. In de groep 80-plussers is de kans op een bloedklonter ongeveer 10 keer groter dan bij jongere personen: één 80-plusser op 100 ontwikkelt elk jaar een klonter.

Bloedklonters na vaccinatie

Tijdens de testfase (klinische studie) met het AstraZeneca-vaccin werden tienduizenden mensen gevaccineerd: ofwel met het echte vaccin, ofwel met een nepvaccin (placebo). Uit die klinische studie bleek dat:

  • 10 mensen een bloedklonter hadden na de inenting in de groep die het echte vaccin kreeg;
  • 15 mensen een bloedklonter hadden na de inenting in de groep die een nepspuitje kreeg.

Op basis van deze studieresultaten blijkt er geen toename van ‘gewone’ bloedklonters na de inenting. Ook personen die bloedverdunners innemen, lopen geen hoger risico op trombose met het vaccin van AstraZeneca (3).

Toch besliste een aantal landen in maart 2021 om de vaccinaties met het AstraZeneca-vaccin voorlopig stil te leggen, omdat enkele personen in Europa na de toediening van het AstraZeneca-coronavaccin bloedklonters in de aders hadden ontwikkeld (2). Ons land ging niet mee in die beslissing. 

Bloedstollingsstoornissen vormen zeer zeldzame nevenwerking van vaccinatie

Tijdens de testfase (klinische studie) met het AstraZeneca-vaccin kwamen de beschreven bloedstollingsstoornissen (DIC en CVST) niet vaker voor.

Eind april 2021 kregen meer dan 25 miljoen mensen een prik met het AstraZeneca-vaccin:

  • Daarbij ontwikkelden een 100-tal personen een zeldzame, levensbedreigende bloedstollingsstoornis (DIC en CVST). Naar schatting gaat het dus om 1 tot 4 per 1 miljoen vaccindosissen.
  • Bijna alle slachtoffers waren vrouwen jonger dan 50 jaar. Er werden ook enkele jonge mannen getroffen.
  • De gevallen deden zich voor in Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en België.

Omdat dit toch meer is dan wat je normaal kan verwachten in de bevolking, besloten de experten van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) dat het om een zeldzame nevenwerking van het AstraZeneca-vaccin gaat (4). De oorzaak is mogelijk een abnormale reactie van het immuunsysteem op het vaccin:

  • Daardoor maakt het lichaam plots antistoffen aan tegen bloedplaatjes. Dat zijn de bloedcellen die de stolling regelen.
  • De zeldzame bloedstollingsstoornis die daarbij ontstaat, treedt op binnen de 14 dagen na de eerste prik. Als ze snel ontdekt wordt, kan ze behandeld worden, maar niet altijd met succes.
AstraZeneca-vaccin in België enkel voor 40-plussers, en voor diegenen die al een eerste prik kregen 

Het EMA oordeelde dat deze ernstige, zeer zeldzame nevenwerking niet opweegt tegen de voordelen van vaccinatie (voorkomen van covid-19) (5). Na de analyse in functie van de leeftijd, heeft België beslist om het AstraZeneca-vaccin enkel nog te gebruiken voor 40-plussers (dus personen vanaf 41 jaar):

  • Voor deze oudere groep is het risico op de zeldzame bloedstollingstoornis zeer klein, terwijl het risico op ernstige covid-19 groter is dan in de jongere leeftijdscategorieën.
  • Daardoor zijn de voordelen voor vaccinatie voor 40-plussers zonder twijfel vele malen groter.

Personen jonger dan 41 jaar die al een eerste prik kregen met het vaccin van AstraZeneca, krijgen wel een tweede prik met datzelfde vaccin, om hun vaccinatie te vervolledigen. De tot nu toe gerapporteerde bloedstollingsstoornissen (in het Verenigd Koninkrijk kregen al miljoenen mensen een tweede dosis), kwamen bijna uitsluitend voor na de eerste dosis (5). 

Mogelijke alarmtekenen na inenting met het AstraZeneca-vaccin

Het Europees Geneesmiddelenagentschap roept mensen, en vooral vrouwen jonger dan 55 jaar, op om alert te zijn voor volgende alarmtekenen die zouden kunnen wijzen op een ernstige bloedstollingsstoornis (DIC of CVST) na inenting met het AstraZeneca-vaccin:

Conclusie

Uit alle beschikbare gegevens blijkt er geen verband te bestaan tussen het AstraZeneca-vaccin en ‘gewone’ bloedklonters. Wel is er een verhoogd risico op zeer zeldzame bloedstollingsstoornissen bij jongere personen, vooral vrouwen, binnen de 14 dagen na toediening van het vaccin. Het gaat om een bijzonder klein risico van 1 tot 4 per 1 miljoen dosissen. Dat is volgens het Europees Geneesmiddelenagentschap geen reden om dit vaccin niet te gebruiken. België heeft beslist om het AstraZeneca-vaccin enkel nog te gebruiken voor personen ouder dan 40 jaar: bij hen is het risico op de nevenwerking extreem klein en de kans op ernstige covid-19 al een stuk groter.

Personen jonger dan 41 jaar die al een eerste prik kregen met het AstraZeneca-vaccin, krijgen wel een tweede prik, omdat de tot nu toe gerapporteerde bloedstollingsstoornissen bijna uitsluitend voorkwamen na de eerste dosis.