Geen tijd om te lezen?
Dit zijn onze conclusies!

Verschillende Vlaamse nieuwsmedia berichtten in oktober dat 1 op 4 kleuters overgewicht heeft. Dit cijfer staat niet in het rapport waarover de nieuwsberichten gaan, maar komt uit de gezondheidsenquête van Sciensano uit 2018.

Volgens de enquête heeft 24 procent van de Belgische peuters van twee tot vier jaar overgewicht. Voor kleuters van vier tot zes zijn geen aparte resultaten beschikbaar. In totaal kampt 19 procent van de Belgische kinderen en jongeren met overgewicht.


Verschillende nieuwsmedia berichtten op 12 en 13 oktober over het adviesrapport van de Hoge Gezondheidsraad om reclame voor ongezonde voeding gericht op kinderen aan te pakken. “Een op de vier kleuters kampt met overgewicht” kopten onder andere Knack en Het Nieuwsblad.

Verschillende artikels duidden uiteenlopende bronnen voor de bewering aan. Volgens De Standaard komt het van de Wereldgezondheidsorganisatie, volgens KnackMetro en Het Laatste Nieuws van de Hoge Gezondheidsraad en volgens VRT NWS van Sciensano.

Rapport Hoge Gezondheidsraad vermeldt zelf geen cijfers over overgewicht bij kinderen

Het cijfer is overgenomen van het persbericht van de Hoge Gezondheidsraad. Daar staat dat “ongeveer 1 op 4 kleuters, 1 op 6 kinderen en 1 op 9 pubers in België met overgewicht kampen”.

Het rapport zelf noemt die cijfers niet. Het vermeldt wel dat ongeveer 20 procent van de 4-jarigen in achterstandswijken wijken overgewicht hebben terwijl dat bij geprivilegieerde kinderen minder dan 10 procent was. 

Volgens Sciensano heeft 24 procent van de peuters van 2 tot 4 jaar overgewicht

De Hoge Gezondheidsraad deed zelf geen onderzoek naar overgewicht bij kinderen. Zoals VRT aanhaalt, komt het cijfer uit de Gezondheidsenquête van Sciensano van 2018. Dit onderzoek brengt om de vijf jaar de evoluties van gezondheidsproblemen bij de Belgische bevolking in kaart via bevragingen bij 10.000 volwassenen en kinderen.

Uit het onderzoek van 2018 blijkt dat 24,4 procent van de kinderen van 2 tot 4 jaar overgewicht heeft. Sciensano gebruikt nergens het woord ‘kleuters’, maar heeft het over “peuters van 2-4 jaar”. Voor kleuters van 4 tot 6 jaar zijn geen aparte resultaten beschikbaar.

De leeftijdsgroep van 2 tot 4 jaar kent daarmee procentueel het meeste overgewicht. Het gaat om 18,4 procent bij kinderen van 5 tot 9 jaar, 20,6 procent bij kinderen van 10 tot 14 jaar en 11,6 procent bij kinderen van 15 tot 17 jaar. In totaal heeft 18,7 procent van de Belgische jongeren overgewicht.

Voor volwassenen gebruikt Sciensano de Body Mass Index (BMI) om te bepalen wie overgewicht heeft. De BMI geeft een cijfer weer door het gewicht te delen door het kwadraat van de lengte. Bij volwassen is er vanaf een BMI van 25 een verhoogd risico op ziekte en dus overgewicht. Omdat de BMI van kinderen en adolescenten veranderen naar leeftijd en geslacht past Sciensano de specifieke grenswaarden van de International Obesity Task Force toe.

Minder overgewicht bij jongens en Vlaamse kinderen

Bij peuters van 2 tot 4 is er een groot verschil tussen jongens en meisjes. 30 procent van de meisjes kampt met overwicht. Bij jongens is dit minder dan 20.

Het aantal kinderen en jongeren met overgewicht verschilt ook per gewest. Het Brussels gewest kent het meeste overgewicht. In Vlaanderen is dit het laagst. Voor de leeftijdsgroep van 2 tot 4 jaar gaat het om 22,7 procent in Vlaanderen, 33 procent in Brussel en 23,1 procent in Wallonië.

Tenslotte variëren overgewichtscijfers met het opleidingsniveau van de ouders. 12,5 procent van jongeren uit gezinnen met een diploma uit het hoger onderwijs heeft overgewicht. Bij een middelbaar diploma is dat 25 procent. 

Conclusie

Cijfers over overgewicht bij kleuters staan niet in het rapport van de Hoge Gezondheidsraad waarover haar persbericht ging. Ze komen uit Sciensano’s gezondheidsenquête van 2018. Het cijfer klopt (24,4 procent), maar het gaat om een iets andere leeftijdsgroep: namelijk peuters van 2 tot 4 jaar. In totaal kampt 19 procent van de Belgische kinderen en jongeren met overgewicht.

 
Geraadpleegde Bronnen