Over de oorsprong van de friet is al veel gepalaverd, maar opnieuw rijst er twijfel over de ontstaansgeschiedenis van onze “Belgische” trots. Pierre Leclercq, historicus aan de universiteit van Luik, zegt in een interview met RTBF dat de oorsprong van de friet in Parijs ligt, meer bepaald bij de beignetkraampjes aan de Pont Neuf, waar omstreeks 1800 de eerste gefrituurde aardappelreepjes geserveerd werden. In de jaren 1830 wordt de friet het symbool van de Parijse volkskeuken. Hoezo, frieten zijn toch Belgisch? Wij zochten het uit.

Als we ons baseren op historische bronnen, zijn er verschillende verhalen die de genese van de friet claimen. Volgens historicus Jo Gérard zouden rond 1680 in België de eerste aardappelen gefrituurd zijn. In Namen, Dinant en Andenne gingen voornamelijk arme inwoners kleine visjes vangen in de Maas. Maar in de winter, wanneer de rivier bevroren was, sneden ze aardappelen in de vorm van vissen en frituurden ze die op dezelfde manier. Dat blijkt uit een manuscript uit 1781, waarin beweerd wordt dat dat honderd jaar eerder al gedaan werd, in 1681 dus. Maar historicus Pierre Leclercq spreekt dat tegen. Hij zegt dat het vrij onwaarschijnlijk is dat de lokale bevolking hun voedsel toen frituurde, aangezien frituurvet enorm duur was in die tijd. De eerste aardappelen zouden pas rond 1735 in die regio geconsumeerd worden. Het is dus niet zeker dat de inwoners in die regio al frieten bakten.

De Amerikanen hebben ook wat in de pap te brokken, toch wat betreft de naam van onze teerbeminde frieten. De benaming French fries is ontstaan door de Amerikaanse soldaten die aan het Belgische front vochten tijdens de eerste wereldoorlog. Zij hoorden de andere soldaten voornamelijk Frans praten en noemden de frieten daarom “French fries”. De Engelse benaming is dus te wijten aan de Amerikanen en heeft niets te maken met de oorsprong van de friet. Bovendien is “to french” een Amerikaans-Engelse uitdrukking, die “in reepjes snijden” betekent.

Wat vaststaat, is dat de friet een commerciële oorsprong heeft. De eerste frietkramen of frietetablissementen in België dateren van rond 1850. Het is Frederic Krieger, ook wel meneer Fritz, die in 1838 op de kermis van Luik met een frietkraam begon. Zijn kraam was een gigantisch succes, maar waar hij de mosterd haalde om frieten te bakken, is niet geweten. Of hij zijn naam aan de friet heeft gegeven of andersom, is niet bekend.

Ook in Frankrijk waren er in die tijd eettenten die frietjes serveerden. Rond 1800 werden er frieten verkocht aan de Pont Neuf in Parijs, die logischerwijze Pommes Pont Neuf werden gedoopt. Dat waren rechte staafjes van twee centimeter dik en in de Belgisch-Franse keuken worden ze vandaag de dag nog altijd op dezelfde manier geserveerd. Door de specifieke snijwijze mogen ze zeker niet verward worden met de klassieke friet, die onregelmatig gesneden is. Als we kijken naar de eerste geschiedkundige bronnen over de friet, dan blijkt het verhaal van de Pont Neuf toch het eerste te zijn waaraan het ontstaan van de friet gekoppeld kan worden.

Bernard Lefèvre, woordvoerder van het Nationaal Verbond van Frituristen (Navefri, nvdr ), moet daar eens hartelijk om lachen. “Ik ga misschien iets heel absurds zeggen, maar er is geen frietmuseum in Frankrijk en wel in België. Dat zegt al genoeg.”

Nochtans lijkt de stevige frietcultuur in België geen argument voor de oorsprong van de friet, maar hij is resoluut: “Er is niemand die kan weten wie er als eerste patatten gefrituurd heeft. Dat zouden zelfs Adam en Eva kunnen zijn”, lacht Lefèvre. Hij benadrukt dat wij wel de eerste waren in Europa die de aardappel in ons bezit hadden. “De eerste aardappelen die op ons continent aankwamen, werden vanuit Tenerife in 1550 in Antwerpen ingevoerd. De kans is dus niet onbestaande dat toen iemand in Antwerpen die aardappelen in een kookpot met frituurolie heeft gestoken, wie zal het zeggen?”

Verder houdt Lefèvre er ook niet van dat men spreekt over de ‘uitvinder’ van de friet. “Een uitvinding kun je dat niet echt noemen hé? Daar is niet veel uit te vinden aan. Frieten zijn een Belgisch fenomeen, geen uitvinding. De oorsprong van de friet mag dan misschien niet precies terug te vinden zijn, de uitwerking ervan is in ieder geval een Belgisch gebeuren, dat staat vast.”

Conclusie

Het ontstaan van de friet is in principe niet toe te schrijven aan een bepaald volk of land. Het is immers niet geweten wie als eerste een aardappel in reepjes sneed en afbakte in hete frituurolie. Gebaseerd op historische bronnen, kunnen we bij deze stand van het onderzoek voorlopig wel besluiten dat de commerciële oorsprong van een pak friet in Frankrijk te zoeken is. De enige historische zekerheid die we hebben is het bestaan van de eetkraampjes aan de Pont Neuf in Parijs die frieten - of minstens frietachtige, gefrituurde aardappelstaafje, verkochten. Het blijft voorlopig dus een raadsel wie het concept ‘frieten bakken’ heeft uitgevonden.

 
Lees ook...