Aantal miljardairs in België nam toe sinds 2000, maar juist aantal onbekend
Op 5 mei plaatste het online magazine Save The Planet Society een bericht op Instagram waarin werd beweerd dat de vermogenskloof vandaag groter is dan in Frankrijk vlak voor de Franse Revolutie. Die revolutie begon in 1789, toen steeds meer Fransen zich verzetten tegen de enorme ongelijkheid tussen arm en rijk en tegen de macht van de koning en de adel. Het zou uiteindelijk leiden tot het einde van de monarchie.
Volgens het bericht zou momenteel 30,4% van het wereldwijde vermogen in handen zijn van de 1% rijksten, en slechts 2,5% van dat vermogen in handen van de 50% armsten. Dat zou een grotere vermogensongelijkheid zijn dan in Frankrijk tijdens de laatste jaren van het Ancien Régime, vlak voor de Franse Revolutie.
Bij vermogen wordt er gekeken naar spaargeld, huizen, aandelen en andere bezittingen. Maar in weinig landen bestaat er een register van vermogen. Daardoor moet vermogensongelijkheid meestal worden geschat. Ook in België is dat het geval.
Dat brengt onzekerheid met zich mee, maar volgens Arthur Apostel, onderzoeker economie aan de UGent, betekent dat niet dat zulke schattingen willekeurig zijn. Door verschillende methoden te vergelijken en aannames te toetsen kan die onzekerheid wel degelijk beperkt worden.
De World Inequality Database (WID) probeert per land de best mogelijke schattingen te bundelen. “Die blijven onzeker, maar vormen wel een belangrijke basis voor een onderbouwd debat over vermogensongelijkheid”, zegt Apostel. “Voor België specifiek zijn de WID-cijfers overigens niet de best mogelijke schattingen, maar is er elders meer betrouwbare verdelingsinformatie beschikbaar.”
Volgens recente cijfers van de WID zit ongeveer drie kwart van al het wereldvermogen bij de rijkste 10% van de bevolking, terwijl de armste 50% het met zo’n 2% moet doen. Als je nog verder inzoomt, wordt dat verschil nog opvallender. De rijkste 1%, ongeveer even groot als de volwassen bevolking van het Verenigd Koninkrijk, bezit zo’n 37% van het wereldvermogen. Dat is meer dan achttien keer zoveel als wat de hele onderste helft samen heeft.
De conclusie van het WID is dan ook duidelijk: vermogensongelijkheid is groot, sterk geconcentreerd en in veel gevallen zelfs nog aan het toenemen.
Maar hoe zat dat in de jaren vóór de Franse Revolutie? De hoeveelheid en soorten vermogen waren toen kleiner dan nu, omdat moderne financiële markten en beleggingsproducten nog niet bestonden zoals vandaag. Daardoor is een vergelijking met vandaag sowieso al lastig.
Het is ook moeilijk om betrouwbare studies te vinden die de vermogensongelijkheid in Frankrijk rond 1780 precies inschatten. “Ik ken geen studies die de vermogensongelijkheid in Frankrijk rond 1780 schatten”, zegt Arthur Apostel. Wel vermeldt hij een studie van Piketty, maar hij gaat in zijn studies slechts terug tot 1807.
Volgens de WID-cijfers, gebaseerd op de studie van Piketty, had de rijkste 10% toen ongeveer 79% van al het vermogen. Binnen die groep was het nog schever: de top 1% bezat 44,1%, en de top 0,1% alleen al 16,6%.
Er bestaan ook andere manieren om vermogensongelijkheid te meten, bijvoorbeeld met de Gini-coëfficiënt. Ze heeft een waarde tussen 0 en 1: hoe dichter de waarde bij 0 ligt, hoe gelijker de verdeling. Hoe dichter bij 1, hoe ongelijker de verdeling. In het geval van een hoge Gini-coëfficiënt is vermogen dus sterk geconcentreerd bij een kleine groep aan de top.
Ook voor die vergelijking zijn moeilijk studies te vinden. In de paper van Alfani en Schifano wordt een reeks voor Frankrijk gegeven, maar die start pas in 1820. Voor de periode rond 1820 ligt de Gini-coëfficiënt voor Frankrijk ongeveer op 0,88, wat wijst op een zeer hoge vermogensongelijkheid.
Volgens de recentste WID-cijfers is de Gini-index voor wereldwijde vermogensongelijkheid in 2024 0,83.
De bewering dat de vermogenskloof vandaag groter zou zijn dan in Frankrijk vlak voor de Franse Revolutie, is niet echt hard te maken. Er zijn wel schattingen die laten zien dat ongelijkheid vandaag heel groot is, en dat dat vroeger in Frankrijk ook zo was. Maar goede en volledig vergelijkbare cijfers uit 1789 ontbreken.