Geen tijd om te lezen?
Dit zijn onze conclusies!

In een interview met VRT beweert Groen co-voorzitter Jeremie Vaneeckhout dat “België wereldkampioen is in het geven van fossiele subsidies.”

Per inwoner staat België bovenaan de Europese lijsten. Maar als je andere methodes hanteert, belandt België in de middenmoot.

Die verschillende methodes maken mondiale vergelijkingen lastig. Al blijven de oliestaten de onbetwistbare kampioenen in het geven van fossiele subsidies. België is dus geen wereldkampioen.


Op zondag 2 juni in het VRT-journaal van 19 uur (minuut 16:15) vertelde Jeremie Vaneeckhout, covoorzitter van Groen, wat voor zijn partij een breekpunt vormt om toe te treden tot de federale regering: “Voor ons gaat het echt om die fossiele subsidies. We zijn in ons land wereldkampioen als het gaat om het geven van fossiele subsidies.”

Volgens Marthe Mennes, woordvoerder van Vaneeckhout, moet je de uitspraak binnen een Europese context kaderen: “De Europese cijfers zijn te vergelijken, doordat die landen dezelfde bestuurlijke werking hebben. Wereldwijd bestaan er geen volledige data en is de vergelijking niet echt te maken.”

Europees kampioen fossiele subsidies per inwoner

Binnen de Europese context kijkt Mennes naar de hoeveelheid fossiele subsidies in verhouding tot het aantal inwoners. Ze verwijst naar een rapport uit 2020 van het onderzoekscollectief Investigate Europa. Daarin onderzochten journalisten de fossiele subsidies van de zevenentwintig EU-lidstaten, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen voor de periode tussen 2016 en 2019. Met 6,9 miljard euro, ofwel 607 euro per bewoner, staat België inderdaad op plaats één, gevolgd door Noorwegen (459 euro) en Griekenland (457 euro).

Als tweede bron baseert Mennes zich op een recentere studie uit 2022 van het European Environment Agency (EEA). Frankrijk is daarin koploper met 30,38 miljard euro en België staat op de vijfde plek, met zes miljard euro. Maar als we, met eigen berekeningen die cijfers delen door de inwonersaantallen van beide landen voor 2022, dan vertegenwoordigt een Fransman 447 euro aan fossiele subsidies. Bij een Belg is dat al zo’n 45 euro meer.

Bij uitgaven aan fossiele subsidies als deel van BBP is België geen kampioen

“Maar per percentage van het bruto binnenlands product prijkt België wel in de middenmoot”, laat Constant Brand, persverantwoordelijke bij EEA, weten. Brand verwijst daarvoor naar een rapport dat consultancybureau Enerdata in 2023 heeft voorbereid voor de Europese Commissie. Volgens hun tellingen besloeg het aandeel fossiele subsidies in 2021 0,8% van ons BBP. Terwijl landen als Portugal, Hongarije en Griekenland boven de 1 procent piekten.

Voor wereldwijde vergelijking gebruikt Groen twee aparte bronnen

Tot zover het Europees kampioenschap fossiele subsidies. Om te kijken of België ook wereldkampioen is, verwijst Mennes naar een ander, hoger bedrag: 1.860 dollar aan fossiele brandstoffen per Belg. Als bron gebruikt ze de recent verschenen Federale inventaris van subsidies voor fossiele brandstoffen van de FOD Financiën.

Die inventaris bevat een lijst met alle federale subsidies voor fossiele brandstoffen. Dat zijn zowel directe subsidies, zoals tankkaarten. Maar ook meer indirecte subsidies: diensten die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, zoals het fiscale voordeel voor bedrijfswagens of accijnsvrijstellingen voor kerosine. Alles tezamen landt de eindsom op 21,5 miljard euro.

“Wij houden het op een conservatieve schatting van 20 miljard euro of 21,74 miljard dollar,” zegt Mennes. Gedeeld door 11,7 miljoen, het aantal inwoners, levert dat inderdaad 1.860 dollar per Belg op. Dat bedrag vergelijkt ze met andere landen op basis van data over wereldwijde fossiele subsidies van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) uit 2023: “Uitgezonderd de olielanden begeven we ons boven de meeste landen in die ranking”, stelt Mennes.

Maar het IMF hanteert andere methode, vergelijking loopt mank

Maar het is niet correct om die 1.860 dollar te gebruiken in vergelijking met de IMF-cijfers voor andere landen. Het IMF hanteert namelijk een andere methodologie dan de federale inventaris. Zij gebruiken de ‘price-gap’ methode, waarbij het verschil tussen de eindprijs en de referentieprijs telt als subsidie. Maar de federale inventaris wijst die benadering af.

“Wanneer je door de Fossil Subsidies Data van het IMF struint, zie je dat het IMF het bedrag aan fossiele subsidies in 2022 op 13,8 miljard schat. Per Belg is dat 1.182 dollar”, zegt Thijs Van der Graaf, professor internationale politiek aan de UGent. Een lager bedrag dus dan die uit de federale inventaris. De cijfers van IMF kan je hier downloaden.

Bij olieproducenten liggen de bedragen per persoon inderdaad stukken hoger. Per Saudi gaat er bijna 7.000 dollar naar fossiele brandstoffen. Maar met 2.243 dollar overtreft ook de doorsnee Amerikaan het Belgische cijfer. En zelfs het bedrag per Nederlander (1.364 dollar) overstijgt dat van de Belg. Op basis van IMF-cijfers is België dus geen wereldkampioen.

Lastig om subsidies te vergelijken

“Die waaiers aan werkwijzen wekken weinig verbazing. Er is veel onenigheid onder wetenschappers over wat nu precies onder een fossiele subsidie valt”, zegt Van de Graaf. Volgens hem toont dat hoe lastig het is om de versnipperde subsidies bij elkaar te harken en een accuraat overzicht van het geheel te krijgen. Laat staan om verschillende rapporten uit andere jaren met elkaar te vergelijken.

Ook professor Jilles Van Den Beukel, energiespecialist bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, heeft zijn bedenkingen bij dergelijke vergelijkingen: “Eigenlijk zitten alle West-Europese landen in grosso modo dezelfde situatie. Meestal subsidiëren ze bedrijven om hen concurrentieel te houden. Maar internationaal is dat subsidiesysteem eigenlijk onvoldoende gereguleerd om sluitende conclusies te trekken. Het is een weinig vruchtbare discussie om die subsidies met elkaar te vergelijken.”

Conclusie

In Europa voert België de kop aan als het gaat om het bedrag aan fossiele subsidies dat per inwoner wordt uitgegeven. Maar wereldkampioen is ons land niet. Er bestaat grote onenigheid over wat ‘fossiele subsidies’ juist inhouden, maar ongeacht de methode spannen de oliestaten wereldwijd de kroon.

 

Deze factcheck kwam tot stand in het kader van de factcheckmarathon van de Lage Landen. Partners zijn: factcheck.vlaanderen, VRT NWS, Knack, RTBF, KRO-NCRV Pointer, Het Algemeen Dagblad en deCheckers.